In de oudheid en middeleeuwen waren honden vooral werkdieren (jacht, bewaking, veehoeden) en voornamelijk in bezit van de elite of boeren.
Vanaf de 19e eeuw, met de opkomst van de middenklasse en verstedelijking, werden honden steeds meer als huisdier gehouden.
In de 20e eeuw, vooral na de Tweede Wereldoorlog, werd het houden van honden democratisch: verbeterde welvaart, kleinere huishoudens en fokprogramma’s maakten honden toegankelijk voor iedereen.
Tegen de 21e eeuw is de hond in westerse samenlevingen een universeel gezelschapsdier, ongeacht sociale klasse.














