Stenen werktuigen: Handbijlen, schrapers en punten van vuursteen of andere harde steensoorten, gebruikt voor snijden, schrapen van huiden, jagen en voedselbereiding (bijv. Levallois- en Moustérien-technieken).
Houten werktuigen: Speren met geslepen punten, soms met stenen speerpunten, voor jacht en verdediging.
Botten gereedschappen: Naalden, priemen en schrapers van bot of gewei, gebruikt voor het bewerken van huiden en het maken van kleding.
Natuurlijke materialen: Touw of bindmateriaal van plantvezels of dierenpezen om werktuigen te bevestigen of te dragen.
Neanderthalers waren vindingrijk en pasten hun gereedschappen aan aan de omgeving, wat hun overleving ondersteunde in diverse klimaten.
Archeologische vondsten, zoals in Europa en het Midden-Oosten, tonen hun vakmanschap.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten