zondag 29 december 2013

De afhaalchinees.


Ondanks het wat smoezelige imago komen we bijna allemaal wel eens bij de (afhaal)chinees. 
De volgende keer, als je op je bestelling staat te wachten, is het misschien leuk om hier even bij stil te staan:


1. Het eerste Chinese eethuis in Nederland was het in 1920 geopende Cheung Kwok Low in Rotterdam. 
In 1960 waren er 225 Chinese restaurants. 
Nu zijn het er 2300.

2. Vooral in de jaren 80 was ‘de Chinees’ populair. 
Een derde van alle restaurants in Nederland werd toen gedreven door een Chinees. 
Daarna ging het snel bergafwaarts met de populariteit van de traditionele Chinees. 
Wokken bleek de redding van de sector: dat is nog steeds erg in trek. 
En afhaalwokken kan ook al.

3. Een op de vijf Chinezen van de huidige generatie restauranthouders spreekt geen Chinees.


4. Vroeger stonden in vrijwel elk Chinees restaurant aquaria met exotische vissen. 
Dat had te maken met het volksgeloof (feng shui) dat vissen stromingen in het energieveld opwekken, wat tot geluk en zakelijk succes zou moeten leiden. 
Inmiddels geloven steeds minder Chinezen hierin, dus de aquaria zijn op hun retour.

5. Hoe kan het toch zo snel klaar zijn? 
Het meeste eten in een Chinees restaurant (maar dat geldt evengoed voor andere restaurants) wordt ’s middags voorbereid: de groenten en het vlees zijn tegen het avonduur allang gesneden. 
Groothandels verkopen ook voorgekookte rijst en mie.
Dan hoeft het alleen nog in grote wokken op hoge temperatuur te worden verhit, en dat gaat erg snel.

6. Het is altijd te veel wat je krijgt. 
Geeft niet, want in Aziatische landen is het juist onbeleefd om alles op te eten. 
Anders zou de kok kunnen denken dat hij niet voldoende heeft klaargemaakt. 
En maar goed dat we te veel krijgen, anders zouden we de volgende dag zelf geen kliekjes meer kunnen opwarmen.


7. In Maarssen staat het grootste wokrestaurant van Europa: in ‘De Mallejan’ is plaats voor 1600 mensen.


8. Bekende gerechten als babi pangang en foe yong hai zijn niet authentiek Chinees. 
Ze zijn speciaal ontwikkeld voor de Nederlanders die in de jaren 40 en 50 terugkeerden uit de voormalige kolonie Nederlands-Indië en graag oosters wilden eten. 
Veel Chinese eethuizen gingen zich toen ‘Chinees-Indisch’ noemen.

9. Volgens de Nieuwe Voedsel- en Warenautoriteit voldoet de helft van de Chinese restaurants niet aan de hygiënenormen.

10. Moeten honden en katten echt uitkijken als ze in de buurt komen van een Chinees restaurant? 
Welnee. 
Broodje-aapverhaal. 
Eh, oeps.

meer op http://5-five-5.blogspot.nl/

Bron. M. Traa

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen