dinsdag 21 februari 2012

Vaarwel ziekenfonds.


Een ode aan oud spul dat jij en je kinderen niet mogen vergeten.

Ziekenfonds.



Wanneer?
Van begin 19e eeuw tot 2006.
Vóór 2006 waren er 2 soorten ziektekostenverzekeringen.
Verdiende je minder dan de officieel vastgestelde loongrens, dan zat je bij het ziekenfonds.
Iedereen die meer verdiende, was particulier verzekerd.
Sinds 2006 hebben wij basis- en aanvullende verzekering.

Hoe werkt het?
In de 19e en begin 20e eeuw kon je je vrijwillig aanmelden bij een ziekenfonds.
Tot begin 20e eeuw betaalde je maandelijkse premie aan de "ziekenfondsbode".
Die reed op zijn fiets of brommer door zijn eigen wijk om de premie te innen.



In ruil voor je premie kreeg je korting bij onder meer apotheken, artsen en brillenwinkels die waren aangesloten bij jouw ziekenfonds.
Vanaf 1912 mocht je gewoon vrij een arts of andere hulpverlener kiezen.
Tijdens WOII maakte de Duitse bezetter het verplicht om een ziektekostenverzekering te hebben.
Werkgevers moesten vanaf toen ook de helft van de premie ophoesten.
Vanaf 1957 konden ook bejaarden en anderen "zwakkeren der samenleving" eindelijk aanspraak maken op een ziekenfondsverzekering.
Zij waren altijd geweigerd, omdat zij een te groot financieel risico vormden.

Waarom passé?
Werkgevers begonnen te mopperen over de stijgende premiekosten.
En artsen op hun beurt over de dalende vergoedingen die zij via het ziekenfonds kregen.
Die probeerden zij te compenseren door particulier verzekerden meer te laten betalen.
Gevolg: een voorkeursbehandeling voor de laatsten.
Nog een punt van kritiek: het continue gewissel tussen ziekenfonds en particuliere verzekering als je inkomen regelmatig veranderde.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen