De Watergeuzen waren geuzen die zich tijdens de beginfase van de Nederlandse Opstand op zee als zeerovers en vrijbuiters ophielden, vaak uit Holland en Zeeland afkomstig en verwant aan de bosgeuzen.
Ze bestonden uit verbannen calvinisten, dieven en avonturiers, die na de repressie van Alva en de Beeldenstorm de Spaanse Nederlanden ontvluchtten. Onder leiding van calvinistische edelen zoals admiraal Adriaen van Bergen voerden ze aanvallen uit op handelsschepen, kustdorpen en katholieke symbolen, met als doel de Spaanse overheersing te ondermijnen.
Hun historische rol was cruciaal in de Tachtigjarige Oorlog: ze verstoorden de Spaanse handel en werden gesteund door Willem van Oranje, die hen kaperbrieven gaf.
Belangrijke gebeurtenissen omvatten de zeeslag op de Eems in 1568, de inname van Den Briel op 1 april 1572 (wat de Geuzenopstand ontketende en leidde tot de snelle verspreiding van de opstand in Hollandse steden), en de Slag bij Lillo in 1574.
De Watergeuzen organiseerden zich gaandeweg beter en droegen bij aan de protestantse zaak, al werden ze door de Spanjaarden als piraten gezien.