zaterdag 5 september 2026

Relikwie: Het Hoofd van Johannes de Doper

Johannes de Doper werd volgens de evangeliën onthoofd in opdracht van Herodes Antipas, op verzoek van Salome. 
Zijn lichaam zou in Sebastia (Samaria) begraven zijn, maar over het hoofd ontstonden al vroeg verschillende tradities. 
In de christelijke en islamitische overlevering circuleerden meerdere “vondsten” van het hoofd.

Tegenwoordig claimen vooral vier plaatsen het reliek (of een deel ervan): 
de Omajjadenmoskee in Damascus. 
San Silvestro in Capite in Rome (bovenste deel van de schedel). 
de kathedraal van Amiens (voorste deel van het hoofd, meegebracht na de Vierde Kruistocht in 1206). 
het Residenzmuseum in München. 
Daarnaast bestaan er claims in onder meer Istanboel (Topkapıpaleis). 

Geen van deze relieken is historisch of wetenschappelijk onomstotelijk bewezen; het gaat om middeleeuwse reliekencultus en lokale tradities. 
 Het motief van het afgehakte hoofd op een schotel (Johannesschotel) werd in de late middeleeuwen ook een populair kunstthema in de Lage Landen.






Internationale Dag van de Vluchteling

Internationale Dag van de Vluchteling (Wereldvluchtelingendag) is een VN-dag die elk jaar op 20 juni plaatsvindt. 

De dag eert mensen die hun land moesten ontvluchten vanwege oorlog, conflict of vervolging. 
Ze viert hun moed en veerkracht en vraagt aandacht voor hun rechten, noden en dromen. 
Het doel is meer begrip, solidariteit en steun, zodat vluchtelingen niet alleen overleven maar ook een nieuw leven kunnen opbouwen. 
De dag werd in 2000 door de Algemene Vergadering van de VN ingesteld en voor het eerst wereldwijd gevierd in 2001, ter gelegenheid van 50 jaar Vluchtelingenverdrag van 1951. 

Wereldwijd zijn meer dan 117 miljoen mensen gedwongen ontheemd. 
Op deze dag organiseren landen evenementen, campagnes en acties om vluchtelingen te steunen.






vrijdag 4 september 2026

Relikwie: De Mantel van Sint-Maarten

De Mantel van Sint-Maarten is een beroemd relikwie: de helft van de soldatenmantel (cappa) van Martinus van Tours (ca. 316–397). 

Als Romeins soldaat bij Amiens sneed hij op een koude winterdag zijn mantel doormidden en gaf de ene helft aan een naakte, bevende bedelaar. 
Die nacht verscheen Christus hem in een droom, gekleed in diezelfde halve mantel en zei dat Martinus (toen nog catechumeen) Hem had gekleed. 
Dat leidde tot zijn doop en later tot zijn leven als monnik en bisschop van Tours. 

De overgebleven helft werd een belangrijk relikwie van de Merovingische koningen. 
Zij bewaarden hem, namen hem mee op veldtochten als beschermend palladion en zwoeren er eden op. 
De plek waar de mantel (cappa) bewaard werd, heette cappella — daarvan komt het woord kapel. 
Het relikwie wordt voor het eerst vermeld in de late 7e eeuw. 
Het is een krachtig symbool van naastenliefde: wat je voor de minste doet, doe je voor Christus.






Dag van de Munt

Dag van de Munt is de jaarlijkse open dag van de Koninklijke Nederlandse Munt. 
Bezoekers kunnen het muntgebouw (Dutch Vault in Houten) bekijken, zien hoe munten en penningen worden gemaakt en zelf een bezoekerspenning slaan. 

Het evenement bestaat sinds 1992 (oorspronkelijk als opendag). 
Er wordt ceremonieel de eerste penning geslagen en er is een speciale Dag van de Munt-set te koop (met kans op zilveren exemplaren). 
Er is een mini-museum, kijkje in de productie, stands van verzamelaars en horeca.






donderdag 3 september 2026

Relikwie: Het Mandylion van Edessa

Het Mandylion van Edessa (ook wel het Beeld van Edessa of Heilige Doek) is een beroemde christelijke relikwie: een doek waarop volgens de overlevering het gezicht van Jezus Christus miraculeus is afgedrukt. Het wordt beschouwd als een acheiropoietos-beeld — “niet door mensenhanden gemaakt” — en geldt in de Oosterse Orthodoxie als de eerste icoon. 

De legende gaat terug tot de 1e eeuw. 
Koning Abgar V van Edessa (het huidige Şanlıurfa in Turkije) was ernstig ziek en vroeg Jezus om hem te genezen. 
Jezus kwam niet persoonlijk, maar wiste Zijn gezicht af aan een doek, waarop Zijn gelaat achterbleef. 
De apostel Thaddeus (Addai) bracht de doek naar Edessa; Abgar werd genezen. 

De eerste schriftelijke vermeldingen van de brief van Jezus komen van Eusebius van Caesarea (4e eeuw). Het fysieke doek zelf wordt pas in de 6e eeuw genoemd: het zou na een overstroming of tijdens een Perzische belegering (544) in de stadsmuren zijn teruggevonden en de stad hebben beschermd. 
In 944 werd het Mandylion door de Byzantijnen naar Constantinopel overgebracht en daar als belangrijke relikwie bewaard. 
Tijdens de plundering van de stad in 1204 (Vierde Kruistocht) verdween het. 
Sommige theorieën verbinden het later met de Lijkwade van Turijn, maar dat verband is omstreden. 
Het origineel is verloren gegaan; er bestaan wel kopieën en iconen die het type weergeven.