zondag 6 september 2026

Relikwie: De Heilige Voorhuid

De Heilige Voorhuid (Latijn: praeputium Domini) is een middeleeuws christelijk relikwie dat volgens de overlevering de voorhuid van Jezus zou zijn, overgebleven na zijn besnijdenis op de achtste dag na zijn geboorte (Lucas 2:21). 

Omdat Jezus volgens de leer bij de hemelvaart lichamelijk ten hemel steeg, gold dit als een van de weinige mogelijke lichaamsresten van hem op aarde. 
De vroegste vermelding komt uit een apocrief kindheidsevangelie: een vroedvrouw zou de voorhuid in een albasten kruik met nardusolie hebben bewaard. 
De bekendste versie van de legende zegt dat Karel de Grote het relikwie in 800 aan paus Leo III schonk bij zijn keizerskroning (volgens het verhaal gekregen van een engel of van keizerin Irene). 
Het belandde in Rome, werd in 1527 gestolen tijdens de Plundering van Rome en dook later op in Calcata (Italië). 
Daar werd het tot 1983 vereerd; toen verdween het spoorloos. 

In de middeleeuwen claimden tot wel 18 à 31 kerken in Europa zo’n relikwie (onder meer Antwerpen, Charroux, Chartres). 
Het werd vereerd vanwege vermeende wonderkracht, onder andere bij vruchtbaarheid. 
De Katholieke Kerk heeft de verering later sterk teruggedrongen. 
Geen van de exemplaren wordt tegenwoordig nog als authentiek erkend.






Dag van de Bouw

Dag van de Bouw is de jaarlijkse open dag van de Nederlandse bouw- en infrasector. 
Bouwbedrijven zetten dan hun bouwhekken open, zodat het publiek projecten kan bekijken die normaal gesloten zijn. 
Het is een initiatief van Bouwend Nederland en bestaat sinds 2006. 
Bezoekers zien hoe woningen, wegen, dijken, bruggen, energieprojecten en renovatieklussen tot stand komen en maken kennis met het vak.






zaterdag 5 september 2026

Relikwie: Het Hoofd van Johannes de Doper

Johannes de Doper werd volgens de evangeliën onthoofd in opdracht van Herodes Antipas, op verzoek van Salome. 
Zijn lichaam zou in Sebastia (Samaria) begraven zijn, maar over het hoofd ontstonden al vroeg verschillende tradities. 
In de christelijke en islamitische overlevering circuleerden meerdere “vondsten” van het hoofd.

Tegenwoordig claimen vooral vier plaatsen het reliek (of een deel ervan): 
de Omajjadenmoskee in Damascus. 
San Silvestro in Capite in Rome (bovenste deel van de schedel). 
de kathedraal van Amiens (voorste deel van het hoofd, meegebracht na de Vierde Kruistocht in 1206). 
het Residenzmuseum in München. 
Daarnaast bestaan er claims in onder meer Istanboel (Topkapıpaleis). 

Geen van deze relieken is historisch of wetenschappelijk onomstotelijk bewezen; het gaat om middeleeuwse reliekencultus en lokale tradities. 
 Het motief van het afgehakte hoofd op een schotel (Johannesschotel) werd in de late middeleeuwen ook een populair kunstthema in de Lage Landen.






Internationale Dag van de Vluchteling

Internationale Dag van de Vluchteling (Wereldvluchtelingendag) is een VN-dag die elk jaar op 20 juni plaatsvindt. 

De dag eert mensen die hun land moesten ontvluchten vanwege oorlog, conflict of vervolging. 
Ze viert hun moed en veerkracht en vraagt aandacht voor hun rechten, noden en dromen. 
Het doel is meer begrip, solidariteit en steun, zodat vluchtelingen niet alleen overleven maar ook een nieuw leven kunnen opbouwen. 
De dag werd in 2000 door de Algemene Vergadering van de VN ingesteld en voor het eerst wereldwijd gevierd in 2001, ter gelegenheid van 50 jaar Vluchtelingenverdrag van 1951. 

Wereldwijd zijn meer dan 117 miljoen mensen gedwongen ontheemd. 
Op deze dag organiseren landen evenementen, campagnes en acties om vluchtelingen te steunen.






vrijdag 4 september 2026

Relikwie: De Mantel van Sint-Maarten

De Mantel van Sint-Maarten is een beroemd relikwie: de helft van de soldatenmantel (cappa) van Martinus van Tours (ca. 316–397). 

Als Romeins soldaat bij Amiens sneed hij op een koude winterdag zijn mantel doormidden en gaf de ene helft aan een naakte, bevende bedelaar. 
Die nacht verscheen Christus hem in een droom, gekleed in diezelfde halve mantel en zei dat Martinus (toen nog catechumeen) Hem had gekleed. 
Dat leidde tot zijn doop en later tot zijn leven als monnik en bisschop van Tours. 

De overgebleven helft werd een belangrijk relikwie van de Merovingische koningen. 
Zij bewaarden hem, namen hem mee op veldtochten als beschermend palladion en zwoeren er eden op. 
De plek waar de mantel (cappa) bewaard werd, heette cappella — daarvan komt het woord kapel. 
Het relikwie wordt voor het eerst vermeld in de late 7e eeuw. 
Het is een krachtig symbool van naastenliefde: wat je voor de minste doet, doe je voor Christus.