Dat heiligdom staat op de Cova da Iria, de plek waar in 1917 de Maagd Maria zes keer verscheen aan de herderskinderen Lúcia, Francisco en Jacinta.
De routes zijn vergelijkbaar met de Camino naar Santiago: ze zijn (deels) bewegwijzerd, vermijden drukke wegen waar mogelijk en combineren geloof, natuur en cultuur.
De bekendste zijn:
Caminho do Tejo (Lissabon – Fátima): ca. 140–157 km, 5–7 dagen.
Volgt eerst de Portugese Camino tot Santarém en buigt daarna af naar Fátima.
Landschap: Tejo-vlakte, daarna de kalksteenheuvels van de Serra de Aire e Candeeiros.
Caminho do Norte (Valença/Porto – Fátima): langer, tot ca. 228–364 km.
Loopt grotendeels over de Portugese Camino, maar in omgekeerde richting (blauwe pijlen).
Rota Carmelita (Coimbra – Fátima): 111 km, ca. 6 dagen.
Geïnspireerd op zuster Lúcia, die in Coimbra in het karmelietessenklooster leefde.
Caminho da Nazaré: kort, ca. 50 km tussen twee Mariaheiligdommen.
Het hoogtepunt van de pelgrimstocht is aankomst bij de Capelinha das Aparições.
Belangrijke data zijn 13 mei en 13 oktober, wanneer honderdduizenden pelgrims samenkomen.
Veel mensen lopen ook alleen de laatste dagen of bezoeken ter plaatse Aljustrel (huizen van de herderskinderen) en de Via Sacra in Valinhos.
Kortom: een relatief toegankelijke, spirituele wandeltocht door het Portugese binnenland naar een van de grootste Mariaheiligdommen ter wereld.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten