De legende gaat terug tot de 1e eeuw.
Koning Abgar V van Edessa (het huidige Şanlıurfa in Turkije) was ernstig ziek en vroeg Jezus om hem te genezen.
Jezus kwam niet persoonlijk, maar wiste Zijn gezicht af aan een doek, waarop Zijn gelaat achterbleef.
De apostel Thaddeus (Addai) bracht de doek naar Edessa; Abgar werd genezen.
De eerste schriftelijke vermeldingen van de brief van Jezus komen van Eusebius van Caesarea (4e eeuw).
Het fysieke doek zelf wordt pas in de 6e eeuw genoemd: het zou na een overstroming of tijdens een Perzische belegering (544) in de stadsmuren zijn teruggevonden en de stad hebben beschermd.
In 944 werd het Mandylion door de Byzantijnen naar Constantinopel overgebracht en daar als belangrijke relikwie bewaard.
Tijdens de plundering van de stad in 1204 (Vierde Kruistocht) verdween het.
Sommige theorieën verbinden het later met de Lijkwade van Turijn, maar dat verband is omstreden.
Het origineel is verloren gegaan; er bestaan wel kopieën en iconen die het type weergeven.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten