zondag 8 augustus 2021

Seksuele dimorfie: Zeeolifanten

Bij veel zoogdieren en vogels (met uitzondering van de meeste roofvogels) zijn de mannetjes groter. 
Een treffend voorbeeld is de zeeolifant. 
Mannetjes zijn veel groter dan de vrouwtjes. 
Mannetjes, ook wel bullen genoemd, worden zo’n zes meter lang en wegen rond de 3000 kilogram. 
Vrouwtjes kunnen drie meter lang worden en wegen zo’n 650 kilogram. 
Een ander belangrijk verschil is dat de mannetjes een kleine slurf kennen (vandaar de naam zeeolifant) die bij de vrouwtjes ontbreekt. 
Met deze slurf kunnen de mannetjes hun brulgeluiden produceren. 
Zeeolifanten zijn duikkampioenen: vrouwtjes kunnen ongeveer 20 minuten onder water blijven, mannetjes ongeveer een uur. 
Van een zuidelijke zeeolifant is bekend dat deze zo’n twee uur onder water is gebleven, van een noordelijke zeeolifant is bekend dat hij ongeveer 1,5 kilometer diep is gedoken.








Hij stond erbij voor Jan met de korte achternaam

Hij had geen zinvolle activiteit.






zaterdag 7 augustus 2021

Seksuele dimorfie: Pauwen

De pauw kennen wij vooral van kinderboerderijen. 
Ruim 4.000 jaar geleden werden ze al vanuit MesopotamiĆ« naar Europa gebracht om dezelfde reden als vandaag de dag: hun schoonheid. 
Later werden de pauwen ook overgebracht vanwege hun vlees en werden de veren als decoratie gebruikt. Alleen het mannetje heeft een mooi uiterlijk. 
Bij de groene pauw zijn het mannetje en het vrouwtje minder goed te onderscheiden, maar bij de blauwe pauw is het verschil goed duidelijk.








De duvelstoejager

Iemand die overal goed in is.






woensdag 4 augustus 2021

Seksuele dimorfie: Edelherten

Bij edelherten is het uiterlijk tussen het mannetje en het vrouwtje goed te zien. 
Het mannetje is een stuk groter, maar vooral opvallend is het gewei. 
Het vrouwtje, ook wel hinde genoemd, heeft geen gewei. 
Een kalf heeft ook geen gewei en jonge mannetjes hebben slechts een klein gewei, net als oude mannetjes. 
Een mannetjeshert in de bloei van zijn leven heeft het grootste gewei dat gemiddeld zo’n 70 centimeter groot is, maar kan uitlopen tot 90 centimeter. 
Het gewei dient voor zelfbescherming, maar nog meer als middel om met andere mannetjes te vechten om de vrouwtjes te kunnen winnen. 
Bij jonge mannetjes valt het gewei af in maart of april, bij oude mannetjes is dat vaak tijdens de laatste wintermaanden. 
Nadat het gewei is afgevallen, groeit er gelijk een nieuw gewei aan. 

Een nadeel is er wel voor het mannetje. 
Tijdens de bronstijd spannen de mannetjes zich zeer in om de vrouwtjes te kunnen winnen. 
Daarnaast nemen ze weinig voedsel tot zich, waardoor hun lichaamsgewicht met 30 procent afneemt. 
Op die manier zijn ze vaak een makkelijke prooi voor wolven of beren. 
In Nederland komen edelherten op twee plaatsen voor: op de Veluwe en in de Oostvaardersplassen.