In sommige culturen dragen mannen nog steeds rokken of jurken.
De Birmese longyl en de Arabische djellaba zijn goede voorbeelden.
En ook in Europa trokken de heren aanvankelijk een rokje aan.
De oude Grieken vonden de broeken die de Mongoolse hordes droegen zelfs barbaars, want stel je toch voor: het kledingstuk zat strak langs het been!
Dat Europa (en later de wereld) toch aan de broek ging, hebben wij te danken aan Karel de Grote (die leefde van 742-814).
Hij droeg strakke kousen, vaak met een wambuis.
Zijn dracht was eeuwenlang de norm voor iedereen die hip voor de dag wilde komen.
In de 18e eeuw had deze mode zich tot een kous tot de knie met daarboven een strakke driekwart broek ontwikkeld.
Dit werd een culotte genoemd.
Pas na de Franse revolutie kwam de pantalon in zwang, een broek uit één stuk.
In de afgelopen decennia is deze strakke beenbedekking uitgegroeid tot onze huidige broek.
De broek was voor vrouwen tot de emancipatie taboe omdat je hun kruis erin kon zien.





































